Niet volledig losgesneden van de wereld, wel zelfvoorzienend in het wezenlijke. Elke stad dekt eerst haar eigen essentie, zodat ze op eigen benen staat als het tegenzit.
Zonnepanelen door de hele stad, met accu's per wijk die de avond en de pieken opvangen. Overdag draait de stad grotendeels op zon. Die wijk-accu's zijn dubbel slim, want een wijk kan zich bij een storing afkoppelen en op eigen kracht doordraaien.
Kernenergie sluiten we niet uit als schone achtervang, om de accu's bij te vullen wanneer de zon tekortschiet. En de grote verborgen energievreter, verwarmen en koelen, halen we uit de bodem met warmte-koudeopslag. Dat rijmt mooi met het water-thema van de stad.
Regen wordt opgevangen in grachten, wadi's en vijvers die tegelijk natuur, koeling en buffer tegen hoosbuien zijn. Dat water wordt gebruikt, gezuiverd, en opnieuw ingezet.
De vondst die alles verbindt: dezelfde zuivering die je water schoonmaakt, voedt de planten in de kwekerijen. Zo wordt water één kringloop die drinken, koelen en voedsel aan elkaar knoopt.
Boerderijen en kassen liggen in de greenbelt rond de stad en zijn er onderdeel van, zoals Nederland al een kassupermacht is. Groente komt onder meer uit aquaponics, gekoppeld aan de waterkringloop.
Het dieet leunt op planten, met dierlijke eiwitten deels vervangen door alternatieven. Vlees is niet verbannen, want de stad geeft meer keuzes en betere standaarden, geen voorschriften. Labvlees is er waarschijnlijk nog niet op tijd, dus daar rekenen we niet op.
In het netwerk mag elke stad zich specialiseren, maar zelfvoorziening in de basis komt eerst. Doordat voedsel, energie en water lokaal en grotendeels geautomatiseerd draaien, blijft de stad overeind, ook als een groot deel van de mensen tijdelijk niet kan bijdragen. Overleven is losgekoppeld van de economie: de zon schijnt en de kringloop loopt, hoeveel mensen er ook aan het werk zijn.
En je beweegt erdoorheen zonder de auto koning te maken. Lees hoe.
Naar Bewegen