Elke schaal heeft zijn eigen vervoer: lopen en fietsen in de buurt, pods binnen de stad, een hogesnelheidslijn tussen de steden. Genest en consistent, elk middel op maat van zijn afstand.
Lopen en fietsen. De fiets is bewust onverslaanbaar gemaakt: de rechtste routes, eigen bruggen over het water, voorrang bij elke kruising.
Autonome pods op afroep. In de spits koppelen ze aaneen tot een trein, aan het eind splitsen ze weer af naar je eigen buurtschap.
Een hogesnelheidslijn verbindt de steden tot één netwerk, met in elke stad één poortstation waar je overstapt op de lokale pods.
De stad verbiedt de auto niet, ze maakt de fiets simpelweg de snelste en prettigste keuze. Doe je dat goed, met directe routes en beschutting tegen regen en wind, dan kiest iedereen de fiets vanzelf.
Leenfietsen en bakfietsen staan klaar bij elke halte, zodat gezinnen, boodschappen en minder fitte mensen ook meekomen. En omdat de stad vol water zit, maken de bruggen het netwerk: genoeg fiets- en voetbruggen zodat het water je route niet in omwegen hakt.
Auto's kunnen beperkt tot bij de huizen komen, maar staan verder ondergronds geparkeerd, met parken erbovenop. Boven de grond alleen mensen en groen, onder de grond het parkeren, de techniek en de logistiek.
Want spullen bewegen ook: boodschappen, pakketjes, vuilnis, bevoorrading. Die gaan buiten de spits of via een ondergronds logistiek-net met hubs per wijk, zodat de bestelbus nooit de autovrije straten in hoeft te sluipen.
Deur-aan-deur-bezorging is overbelast en was nooit bedoeld voor de pakketstroom van nu. Daarom draait de stad het om: je pakket wordt op een centraal punt geleverd en je haalt het op wanneer het jou uitkomt. Geen wachten meer op een bezorger die uiteindelijk niet komt, en mislukte bezorgingen verdwijnen volledig.
Dat haalt enorme druk van het transport, want de laatste meter wordt één bulktransport naar een wijk-hub in plaats van honderden busjes langs de deuren. In het centrum komt het postkantoor terug als een echte, sociale plek. In de wijken staan pakketautomaten of haal je het op bij de supermarkt, op korte loop- of fietsafstand.
Grote items worden nog wel bezorgd. En wie niet zelf kan ophalen, ouderen en minder mobiele mensen, krijgt thuisbezorging door buurtvrijwilligers die iets voor hun wijk willen doen, als inzet die credits oplevert. Dezelfde vrijwilliger die het pakket brengt, maakt even een praatje en merkt wanneer het niet goed gaat met iemand. Zo wordt bezorgen meteen een sociaal contactmoment tegen eenzaamheid.
Wat op het eerste gezicht een zwakte lijkt van een autovrije stad, draait juist om in een voordeel: er is niets om je doorheen te vechten. Je hoeft de toegang alleen bewust in te ontwerpen. Kleine posten per wijk houden de afstand overal kort. De promenades en de ondergrondse laag zijn zo gebouwd dat ze een brandweerwagen dragen. En in een stad vol grachten varen sommige van je ambulances gewoon, zoals Venetië z'n ambulanceboten heeft.
Maar van wie is die stad eigenlijk? En hoe verdien je er een mooie plek? Dat is het hart van het verhaal.
Naar Wonen & credits